BIOGRAFIE

Deze pagina is de digitale versie van het boek. Klik op de onderstaande hyperlinks om direct naar het betreffende onderdeel te gaan.

Hoofdstuk: Jeugdjaren Hoofdstuk: Leerjaren Hoofdstuk: Ihagee Kamerawerk Steenbergen & Co. Hoofdstuk: De Exakta Hoofdstuk: Huwelijk en honorair consul Hoofdstuk: Oorlogsjaren Hoofdstuk: Kolonel Steenbergen Hoofdstuk: Een tweede Ihagee Hoofdstuk: De lachende diplomaat Hoofdstuk: De mens Steenbergen Bronvermelding

 

JEUGDJAREN

Johan Steenbergen werd op 7 december 1886 in Meppel geboren. Zijn vader, Jan Steenbergen, behoorde tot de gegoede middenstand; hij bezat textielzaken in Meppel en Zwolle. Johan's moeder, Sophie Catherine Marie Brümmer, was een Duitse. Haar vader was een niet onbemiddelde handelaar uit Menslage in het Koninkrijk Hannover. Behalve Johan had het echtpaar nog twee kinderen: een oudere zoon (Hermann Diedrich) en dochter (Wilhelmine Marie Adelheid). Op school was de jonge Johan een middelmatige leerling; de leerstof interesseerde hem niet zo zeer. Hij speelde liever buiten en zoals veel van zijn leeftijdsgenoten hield hij van kwajongensstreken. Van jongs af aan gaf hij blijk van een commercieel talent en hij hield zich op kleine schaal bezig met in- en verkoop van allerlei artikelen.

Steenbergens jeugd eindigde abrupt met de dood van zijn vader in 1904. In hetzelfde jaar behaalde Johan zijn HBS-diploma en begon hij een eigen bedrijfje in fotografische materialen en grammofoons in eenpakhuis in wat thans de Nieuwe Kerkstraat heet.

Het was echter de bedoeling van de familie geweest dat Steenbergen in de textielzaak en dus in de voetsporen van zijn vader zou treden. Johan voelde daar niets voor: hij wilde verder in de handel in fotoapparatuur. Door bemiddeling van zijn voogd kwam het tot een compromis: Johan zou naar de Schneiderakademie in Dresden gaan. Tegelijkertijd kon hij dan in dezelfde stad rondkijken bij de daar bloeiende fotoindustrie.

Steenbergen vertrok in 1908 naar Dresden; de zaak in Meppel werd opgeheven en de winkel verhuurd en later verkocht.

LEERJAREN

Dresden was in het begin van deze eeuw beroemd om zijn lichte industrie, waaronder de bedrijven voor de productie van fotocamera's. Johan Steenbergen vond al snel werk als volontair bij een van de kleine camerafabrieken, de firma H. Ernemann A.G. De Schneiderakademie met "die kerels, die met gekruiste benen op tafels zaten te werken" was de jonge Johan helemaal niet bevallen.

 

Met de energie en accuratesse die hem typeerden ging Steenbergen aan het werk en leerde veel. Na zijn bescheiden stappen met zijn bedrijfje in Meppel zoog hij bij Ernemann kennis van het vak op.

Twee jaar later was het tijd om op eigen benen te staan. Op 13 mei 1912 richtte Johan Steenbergen, 25 jaar oud, de Industrie- und Handelsgesellschaft m.b.H. op; de aandeelhouders waren zijn moeder en hijzelf. Zijn moeder bracht kapitaal in; Steenbergens aandeel bestond uit machines en halffabrikaten die hij had overgenomen uit het faillissement van een kleine camerafabrikant. In 1913 werd de firmanaam veranderd; de afkorting I.H.G. werd voluit geschreven: Ihagee Kamerawerk G.m.b.H.

 

Na een moeilijke start ging het in 1914 steeds beter. In Duitsland was het door de concurrentie van de grote fabrieken moeilijk camera's af te zetten; het afzetgebied van de Ihagee lag dan ook voornamelijk buiten Duitsland. Net toen Steenbergen de aanloopproblemen overwonnen leek te hebben, begon de Eerste Wereldoorlog. De mobilisatie legde de zaken stil en de vorderingen op afnemers in landen waarmee Duitsland in oorlog kwam, hadden geen waarde meer. Steenbergen zag zich genoodzaakt het nog niet gemobiliseerde personeel te ontslaan.

In februari 1915 was Steenbergen weer in zaken. Uit de jaarcijfers blijkt dat hij over dat jaar zelfs een flinke winst wist te maken. Daarna ging het snel bergafwaarts. Daarom besloten beide aandeelhouders op 6 oktober 1918, nog voor de wapenstilstand van 11 november, om de Ihagee te liquideren.

IHAGEE KAMERAWERK STEENBERGEN & Co.

De nederlaag en de revolutie brachten in Duitsland grote veranderingen met zich mee, maar Steenbergen bleef zich inspannen voor een eigen zaak. Verrassend snel was hij bij de notaris voor de oprichting van een nieuw bedrijf: "Ihagee Kamerawerk Steenbergen & Co.".

In het nieuwe bedrijf was zijn moeder geen deelgenoot. Zij leende haar kapitaal uit tegen een rentevergoeding. Omdat hij zelf geen technicus was, nam Steenbergen een zestal Tischler (houtbewerkers) als vennoten op in het nieuwe bedrijf. Emil English, Otto Diebel, Hugo Frauenstein, Emil Kirsch, Conrad Koch en Herman Schubert.Twee van hen - Emil Englisch en Otto Diebel - kende hij nog uit de tijd dat hij volontair bij Ernemann was. De vennootschapsovereenkomst dateert van 16 november 1918, vijf dagen na het beëindigen van de vijandelijkheden.

De overeenkomst was aantrekkelijk voor beide partijen. Het feit dat ze vakbekwame technici waren, wisten de Tischler niet commercieel uit te buiten. Daarvoor hadden zij een man als Steenbergen nodig. Door hen op te nemen in een vennootschap bond Steenbergen een aantal vakbekwame krachten voor langere tijd aan zich en legde hij onder de Ihagee een technisch fundament. Zeker in het begin waren de Tischler ook gewone arbeidskrachten - dat stond ook in de vennootschapsovereenkomst - en kregen zij het voor Tischler gebruikelijke loon uitbetaald (uitzondering was Emil Englisch, die de leiding over de productieafdeling kreeg). Steenbergen werd bedrijfsleider en was in de eerste jaren, als enige van de vennoten, procuratiehouder.

V.l.n.r.: Schubert, Frauenstein, Diebel, Steenbergen, English, Koch

Hun onderlinge relatie was uitstekend; nog in 1944 schreef Emil Englisch over de voor Steenbergen zo typerende houding ten opzichte van de vennoten: "Ich muss hierbei betonen, daß unsere Zusammenarbeit stets von grossem gegenseitigen Vertrauen getragen war. Obwohl Herr Steenbergen 69% und wir fünf Handwerker 31% Geschäftsanteile hatten, achtete Herr Steenbergen stets unsere für das Werk geleistete Arbeit mehr als die Geldeinlage und er hat es im Laufe unserer langjährigen Zusammenarbeit nicht getan, dass er uns auf Grund seiner Majorität mit Sonderrechten kam oder Paragraphen gegen uns ausspielte".

Tijdens het Interbellum groeide het bedrijf van ongeveer twintig man uit tot een groot bedrijf met honderden werknemers. Omdat vele jaarstukken van de Ihagee verloren zijn gegaan, is het moeilijk een goed beeld te krijgen van de manier waarop het bedrijf zich ontwikkeld heeft. Onderstaande tabel geeft echter wel een overzicht van de productiecijfers.

Jaarlijkse productie van Ihagee camera's

1920

3.500

1930

49.000

1921

5.000

1931

48.000

1922

7.000

1932

30.000

1923

10.000

1933

25.000

1924

15.000

1934

20.000

1925

24.000

1935

25.000

1926

35.000

1936

35.000

1927

43.000

1937

35.000

1928

47.000

1938

35.000

1929

48.000

1940

8.000

De serienummers in deze jaren lopen van 15.500 tot 598.000

Bron : M.Charlier, Ihagee Historiker Gesellschaft

De aantallen geproduceerde camera's geven een beeld dat soms in tegenspraak lijkt te zijn met de conjunctuur in het Interbellum. Zo is de hyperinflatie in Duitsland van de begin jaren twintig in deze cijfers niet terug te vinden. Dit was ondermeer een gevolg van het feit dat de Ihagee relatief veel producten in het buitenland afzette. Steenbergen speelde een grote rol in de export: in het voorjaar van 1919 had het net begonnen bedrijf een koffer vol monsters gereed. Steenbergen vertrok naar het buitenland om de waren te verkopen; teruggekomen had hij voor maanden werk aan opdrachten bij zich. Zo is het jarenlang gegaan.

 

Na 1926, toen de economie weer opleefde, was er sprake van een daling in de groei. De crisis in 1929 had wel gevolgen, maar pas in 1931 daalde de productie. Het herstel na de machtsovername door de nazi's in 1933 begon relatief laat en pas in 1935 was er weer sprake van groei.

Kort nadat de nazi's aan de macht waren gekomen, begonnen zij aan de 'Gleichschaltung' van handel, industrie, pers, verenigingen en organisaties. Ook de Ihagee en Steenbergen ontkwamen niet aan de gevolgen hiervan.

Verplicht luisteren naar radiorede van Hitler.

 

In de Tweede Wereldoorlog schreef hij hierover in een rapport voor de Nederlandse regering: "Het zogenaamde Führerprincip waarbij niet de meerderheid maar de leider beslist, zorgde ervoor dat de invloed van de Nazi's zich overal deed gelden. Ik herinner mij nog, hoe ik in de vereeniging van industriëlen, waarvan mijn onderneming lid was, een tegenvoorstel deed tegen een door het bestuur aangekondigde maatregel op commercieel gebied. Op mijn verzoek werd mijn voorstel zelfs in stemming gebracht en met grote meerderheid aangenomen. Dit resultaat ging echter weer verloren, toen de voorzitter verklaarde, dat meerderheidsbeslissingen ongeldig waren. Ik trok daaruit de enige voor mij mogelijke consequentie, door voor het lidmaatschap te bedanken. Zulke gevolgtrekkingen waren echter kort daarop niet meer mogelijk. Handel en industrie werden in grote groepen vereenigd met verplicht lidmaatschap, waaraan niemand zich kon onttrekken."

Vanaf 1936 werd de invloed van de geleide economie duidelijk zichtbaar. Per jaar moesten 35.000 camera's geproduceerd worden: niet meer en niet minder.

 

 

Er is een tweetal oorzaken aan te geven voor de verschillen met de trend in de Duitse economie. De Ihagee richtte zich sterk op de export. De balansen uit de jaren 1934-1940 tonen aan dat de Ihagee in 1935 48% van zijn producten in het buitenland afzette. Dit percentage liep zelfs op tot 73% in 1939. De invloed van de wereldeconomie is in de cijfers dan ook goed zichtbaar. Terwijl Duitsland zich na 1933 ten opzichte van andere landen relatief snel herstelde, kampte de Ihagee in 1934 nog met een dalende afzet, veroorzaakt door de algehele economische malaise in de wereld. Een andere oorzaak voor het verschil ligt in het feit dat in de crisisjaren de Ihagee doorproduceerde en een relatief grote voorraad opbouwde. Groeiende afzet betekende voor de Ihagee dus niet dat er meteen behoefte was aan een grotere productie. Eerst moest immers de voorraad worden verkocht. Bovendien paste een fotocamera niet in het consumptiepatroon van consumenten in een zich herstellende economie. Pas na 1936 vormde de omzetstijging in het binnenland een substantieel deel van de algehele omzetstijging.

 

Een in 1919 betrokken gebouw was al snel te klein geworden. Eerst werd gedacht aan de aankoop van een kantoorgebouw, maar in 1923 werd een flink stuk bouwgrond gevonden in het centrum van de Dresdener 'fotowijk' Dresden-Striesen, in de buurt van de concurrenten Ernemann en Ica. Er werd meteen begonnen met de bouw van een fabriek op de hoek van de Schandauerstrasse en de Bergmannstrasse. In de jaren tot 1930 werden er nog enkele vleugels bijgebouwd ten behoeve van aanzienlijk meer werknemers, machines, opslagplaatsen en droogruimten. Eind jaren dertig werkten er ongeveer 500 werknemers in de fabriek.

DE EXAKTA

In het eerste kwart van deze eeuw was de 'Tischler' in de camera-industrie een belangrijk man. Hoewel al eerder metalen camerahuizen opdoken, was het gros van de camera's toch van hout. De catalogi uit die jaren zijn gevuld met camera's in honderden modellen en uitvoeringen. De meeste van de Ihagee-producten onderscheidden zich niet veel van de gangbare modellen uit deze tijd. Slechts enkele waren constructief bijzonder; vooral de één-lens-spiegelreflexcamera's verwierven in binnen- en buitenland faam.

Een grote verandering voltrok zich, toen machines voor metaalbewerking hun intrede deden.

Steenbergen had gevoel voor trends in de markt en dit kwam tot uiting in de producten van de Ihagee. In de jaren dertig ontwikkelde de technicus Karl Nüchterlein zich tot een uiterst getalenteerd ontwerper. Als 'Chefkonstrukteur' - hoofd van het team van ontwerpers - was hij verantwoordelijk voor het ontwerp van de sensationele Kine-Exakta, die de Ihagee in 1936 op de Leipziger Messe aan het publiek liet zien. Door ettelijke patenten werden de rechten op het product door de Ihagee vastgelegd.

De Kine-Exakta had een karakteristieke trapeziumvormige, lichtmetalen behuizing met een aantal opzienbarende voorzieningen. Het gebruik van de combinatie van een kleinbeeld 24x36 mm film in een spiegelreflexcamera met één lens maakte, dat de Kine-Exakta met veel achterdocht ontvangen werd: dat zou een technisch onmogelijke prestatie zijn. Maar de praktijk bewees het tegendeel en de camera werd in korte tijd een groot succes. Een ander zeer belangrijk idee achter de Kine-Exakta was het feit dat het van het begin af aan een systeemcamera was. De camera kon namelijk door de bajonet-lensvatting worden voorzien van allerlei groothoek-, standaard- en telelenzen en van tussenringen voor macro-fotografie. Daarnaast waren diverse accessoires beschikbaar, zoals microscoopadapters, filters, statieven, tassen en flitsapparaten.

De Kine-Exakta was als eerste kleinbeeld-spiegelreflexcamera met één lens een mijlpaal in de techniek van fototoestellen. Het toestel is de inspirator geweest voor alle kleinbeeld-reflexcamera's van na de oorlog.

HUWELIJK EN HONORAIR CONSUL

De eerste indruk die men van Steenbergen kreeg, was die van een goedmoedig, zeer innemend en attent man. Hij had een enorme werkkracht en grote accuratesse, maar was in alles uiterst behoedzaam. Hij bezat een grote mensenkennis en goede contactuele eigenschappen. Dat hij rustig overkwam, was niet geheel overeenkomstig zijn karakter: soms kon hij zeer fel zijn, ook tegen zijn personeel.

 

Veel van zijn tijd besteedde hij aan de Ihagee. Maar vrijetijdsbesteding was ook van belang. Hij had maar weinig slaap nodig en hij ging altijd op tijd naar zijn werk, ook als het laat was geworden. Met zijn moeder en andere familieleden in Nederland bleef een sterke band bestaan ondanks de afstand.

Steenbergen woonde op kamers en had weinig aandacht voor de inrichting ervan. Zijn leven veranderde toen hij in 1930 Elizabeth Louisa Nussbaum ontmoette. Al in 1931 traden zij in het huwelijk. Het paar betrok een villa aan de Justinenstrasse en Mevrouw Steenbergen zorgde voor een smaakvolle inrichting.

 

In 1928 werd Johan Steenbergen benoemd tot Honorair Consul der Nederlanden te Dresden. Het consulair kantoor werd gevestigd in de bureaus van de fabriek. Vanaf dat moment werd de gevel van de fabriek gesierd door het fraaie wapenschild van het consulaat. Steenbergen was nu 'Herr Konsul'. Indien nodig maakte hij van de titel gebruik om te appelleren aan het sterke gevoel voor hiërarchie in het Duitse karakter.

In de jaren na de machtsovername door de nazi's ging Steenbergen minder vaak alleen op reis. Zijn vrouw was van joodse afkomst en in Duitsland werd steeds meer tegen joden geageerd. Dit versterkte zijn afkeer jegens de nazi's. Gelukkig had Elizabeth de Amerikaanse nationaliteit en was daardoor tot op zekere hoogte beschermd tegen vervolging.

OORLOGSJAREN

Op 10 mei 1940 viel Duitsland het neutrale Nederland binnen. Als Consul van een vijandelijke mogendheid werd Steenbergen op 11 mei in Dresden gevangen gezet. In gevangenschap werd hij bezocht door een Rüstungskommissar en twee hoge militairen, die zich wilden verzekeren van zijn medewerking bij de inzet van zijn fabriek voor de oorlogsproductie. Steenbergen weigerde. Hierop werd hij met zijn vrouw weggevoerd en geïnterneerd.

 

Na een korte gevangenschap mochten zij terugkeren naar Dresden. Het werd hen verboden zich buiten de stad te begeven en Steenbergen mocht niet meer vrijelijk over zijn bezittingen beschikken. Ook werd Steenbergen de toegang ontzegd tot de productieruimten van de fabriek, die onder controle van het Ministerie van Luchtvaart waren geplaatst. In augustus 1941 werd Steenbergen en zijn vrouw de verdere zeggenschap over hun bezittingen ontnomen. Het beslag betekende merkwaardigerwijze niet dat Steenbergen niet meer op kantoor mocht komen; hij bleef dan ook naar zijn werk gaan. Al in 1939 had Steenbergen voorzien dat hij de controle over zijn vermogen wel eens kon verliezen en Duitsland zou moeten verlaten. Daarom gaf hij zijn accountant en vriend Dr. Erich Glier volmacht tijdens zijn afwezigheid namens hem en zijn vrouw te handelen. Om zijn toekomstig inkomen veilig te stellen, werden in hetzelfde jaar de pensioenbepalingen in de vennootschapsovereenkomst gewijzigd: het recht op pensioen werd losgekoppeld van het bezit van een aandeel in de Ihagee.

 

In augustus 1941 werden de directeuren en commissarissen ontslagen en werd een lid van de nazipartij aangesteld als beheerder. Steenbergen was bang dat door mismanagement van de nazibeheerder zijn hele bezit verloren zou gaan. Ter beperking van het risico en om zijn bedrijf veilig te stellen, werden naam en structuur van het bedrijf gewijzigd: op 8 oktober 1941 werd de Ihagee Kamerawerk Steenbergen & Co. gesplitst. De niet aan risico onderhevige grond, gebouwen en machines bleven eigendom van de oorspronkelijke vennootschap, waarvan de naam werd veranderd in 'Steenbergen & Co.'. De gedachte daarbij was dat bij wanbeheer het roulerend kapitaal verloren zou kunnen gaan, maar de gebouwen en de machines niet. Daarmee zou Steenbergen na zijn terugkeer opnieuw kunnen beginnen.

 

Steenbergen & Co. diende tevens als holding company voor een deel van de aandelen in de dochteronderneming Ihagee Kamerawerk Aktiengesellschaft. De overige aandelen van de Aktiengesellschaft behoorden toe aan de oorspronkelijke vennoten. De verdeling was dusdanig, dat Steenbergen een belang van 69% in beide bedrijven bleef houden.

Steenbergen streefde ernaar te worden uitgewisseld tegen Duits diplomatiek personeel, hoewel het hem verboden was zijn vermogen naar het buitenland mee te nemen. Inderdaad kreeg hij in 1942 een uitreisvergunning omdat Elizabeth als Amerikaanse staatsburgeres het land mocht verlaten en Johan haar mocht vergezellen, en op 15 mei verlieten Johan en Elizabeth, dankzij bemiddeling van Zweden en Zwitserland, de stad Dresden om er nooit meer terug te keren.


De laatste ontmoeting van de beide broers bij de 85ste verjaardag van moeder Steenbergen in Den Haag, januari 1942

Na een kort afscheidsbezoek aan familie in Nederland reisde het echtpaar via Lissabon naar de Verenigde Staten. Na een oponthoud in New York ging het paar naar San Francisco, waar Steenbergens vrouw familie en enige bezittingen had.

 

Zoals hij tevoren al in Dresden met zijn mede-eigenaars had afgesproken, probeerde Steenbergen in de Verenigde Staten de belangen van de Ihagee te behartigen. Hij legde contacten met allerlei fotografische bedrijven om de Exakta in licentie te laten fabriceren. Dit lukte uiteindelijk niet, mede omdat de patenten en de handelsmerken van de Ihagee door de geallieerden in beslag waren genomen.

Eind 1943 ging Steenbergen werken op het Nederlandse consulaat in San Francisco. In maart 1944 werd hij daar zelfs tot Honorair Consul benoemd, derde in de hiërarchie. Omdat hij directeur van een grote Duitse, industriële onderneming was geweest en Honorair Consul, verzocht de Nederlandse regering hem na de capitulatie naar Duitsland te gaan als lid van de bezettingsmachten.

KOLONEL STEENBERGEN

Van 1946 tot 1949 was Steenbergen kolonel bij de Nederlandse militaire missie in Duitsland. Hij was gestationeerd in Baden-Baden, München en Berlijn. Hij vertegenwoordigde de Nederlandse regering bij de diverse bezettingsmachten. Overal waar hij gestationeerd werd, was kolonel Steenbergen vanwege zijn goede contactuele eigenschappen geliefd. Met zijn persoonlijkheid en fraaie verhalen nam Steenbergen velen voor zich in.

 

Toen Steenbergen als kolonel naar Duitsland vertrok, had hij gehoopt onmiddellijk naar zijn Dresden te kunnen gaan. Hij wist dat de fabriek bij het grote bombardement was verwoest en hij wilde zo snel mogelijk de leiding van de wederopbouw op zich nemen. In Dresden waren door personeelsleden al snel na het bombardement machines en materiaal uit de puinhopen gered; in een ander gebouw was de productie weer opgestart.


Steenbergen hoopte via de Nederlandse missie toegang te krijgen tot de Russische zone, waar Dresden in lag. Maar ondanks talloze pogingen kreeg Steenbergen van de Sovjet-autoriteiten geen toestemming naar Dresden te reizen. De uitwisseling van informatie was erg lastig omdat het briefverkeer ernstig werd belemmerd en de telefoonverbindingen slecht waren of niet mochten worden gebruikt. Toch is het hem op den duur wel gelukt in contact te komen met voormalige medewerkers, die hij daarna ondermeer regelmatig voedselpakketten stuurde.

 

In 1951 echter werd het bedrijf in Verwaltung "in bescherming" genomen door de DDR regering, die de bedrijfsvoering namens Steenbergen voortzette onder toezicht van een Treuhänder. Steenbergen had namelijk wel, via de Nederlandse missie, kunnen voorkomen dat de Ihagee door de overheid onteigend werd. De DDR-autoriteiten durfden een nationalisatie niet aan van een bedrijf waarvan de meerderheid van het kapitaal in buitenlandse handen was. Een dergelijke onteigening zou de na-oorlogse onderhandelingen van de DDR met Nederland inzake herstelbetalingen negatief kunnen beïnvloeden. Johan's broer Hermann was in 1945 overleden; in 1948 overleed zijn echtgenote en in 1949 zijn moeder. Steenbergen had een aantal jaren nodig om deze verliezen te verwerken; bij het verlies van zijn fabriek in Dresden heeft hij zich evenwel nooit echt kunnen neerleggen.

EEN TWEEDE IHAGEE

Johan Steenbergen heeft na de oorlog voortdurend gestreden voor herstel van zijn zeggenschap over de Ihagee. Toen bleek dat deze pogingen op niets uitliepen, trachtte hij vervolgens in het Westen greep te krijgen op rechten van de Ihagee. In de Verenigde Staten voerde hij vergeefs een aantal processen om de patenten en handelsmerken van de Ihagee.

Vervolgens ontstond in de jaren vijftig het idee om de zetel van de Ihagee over te plaatsen naar West-Duitsland. Het duurde enige tijd voor de plannen hiervoor vaste vorm aannamen. Op 30 november 1959 werd de Aktiengesellschaft overgeschreven naar Frankfurt am Main.

Even leken beide partijen -Ihagee Dresden en Ihagee West- naast elkaar te kunnen bestaan, maar na 1960 begonnen onafgebroken juridische gevechten om de patenten en de handelsmerken. Dit kostte de Ihagee West veel geld en energie.

Steenbergen maakte in 1966 nog net de introductie mee van een door de Ihagee West ontwikkeld toestel: de Exakta Real. Het toestel bleek te duur en onbetrouwbaar. Enige tijd later werd de Ihagee West geliquideerd.

De Ihagee in Oost-Duitsland heeft onder DDR-toezicht nog tot 1972 zelfstandig geproduceerd. Toen werd het bedrijf gedwongen op te gaan in het Volkseigene Betrieb Pentacon Dresden. Deze firma maakt nu nog Exakta's.

DE LACHENDE DIPLOMAAT

In 1949 werd Steenbergen 63 jaar oud. Het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken besefte dat het de morele plicht had een post voor hem te vinden: na het verlies van de fabriek had hij immers geen inkomsten meer. In 1950 was hij gedemilitariseerd en werd hij gedurende korte tijd plaatsvervangend Consul in Bad Ems. Met ingang van 1 april werd hij benoemd tot Consul der Nederlanden te Hannover.

Ook als consul was Steenbergen geneigd de nadruk te leggen op zijn sterkste punt: het leggen van contacten. Hij was zeer geliefd en kon dan ook trots zijn op de goede betrekkingen met de regering van Nedersaksen, de Britse civiele administratie en andere geallieerde instanties.

Tot Steenbergens grote spijt werd het consulaat te Hannover in 1954 opgeheven. Hij werd overgeplaatst naar Emden. Het was weliswaar een bescheiden post, maar hij had er genoeg te doen.

Nederland en Duitsland hadden een geschil over de loop van de grens door de Eems en de Dollard. Dit bracht naast het gewone consulaatswerk de nodige problemen met zich mee. Geregeld waren er conflicten rond de visserij in dit gebied. Door zijn contacten met de lokale autoriteiten wist hij de partijen uit beide landen steeds weer om de tafel te krijgen, vaak bij hem thuis. Zo wist hij een sfeer te creëren die tot oplossingen leidde.

Het lukte Steenbergen om de door de oorlog verstoorde betrekkingen tussen de grensgebieden van beide landen te verbeteren.

De Ostfriesenzeitung van 25 februari 1961 gaf een goede omschrijving van de manier waarop Steenbergen invulling aan zijn functie had gegeven:

Wie herzlich der Dank an den 'Lachenden Diplomaten' in Ostfriesland und den weit darüber hinaus bekannten Konsul gemeint war, darf man der Tatsache entnehmen, dass das 'dienstliche Protokoll' mit der privaten Sphäre verknüpft wurde und damit Konsul Steenbergen in den Mittelpunkt eines gesellschaftlichen Ereignisses rückte.


Nadat Nederland en Duitsland in 1960 een verdrag over de Eems en de Dollard gesloten hadden, was er in Emden geen beroepsconsul meer nodig. Steenbergen ging per 1 maart 1961 met pensioen; hij was toen 75 jaar oud.

Zijn consulaire werkzaamheden waren in 1939 door Koningin Wilhelmina gewaardeerd met een benoeming tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1961 werd hij Officier in dezelfde orde. Ook van Duitse zijde was er grote waardering voor zijn werk: in hetzelfde jaar kreeg hij de versierselen van het Bundesverdienstkreuz 1. Klasse omgehangen.

DE MENS STEENBERGEN

Vanuit Emden verhuisde Steenbergen naar Osnabrück, waar hij op 7 maart 1967 overleed. De loop van de Duitse geschiedenis heeft het leven van Steenbergen bepaald; desondanks bleef hij zich steeds bovenal Nederlander voelen. Zijn grote liefde en levenswerk Ihagee verloor hij, maar de ervaringen die hij in zijn jaren bij de Ihagee opdeed, stelden hem in staat een succesvolle, tweede carrière als Consul te beginnen. Het feit dat hij in Duitsland een bedrijf had bezeten en verloren, maakte hem voor vele Westduitsers een gelijkwaardige, te begrijpen gesprekspartner.

De waarde van Steenbergens leven ligt op het menselijk vlak: eerst door de goede verhouding met zijn werknemers in Dresden en later door zijn bijdrage aan het herstel van de relaties tussen Duitsers en Nederlanders na de Tweede Wereldoorlog. Zijn grote kracht was dat hij, ondanks persoonlijke bitterheid, begrip bleef opbrengen voor de individuele Duitser. Velen kunnen zich aan zijn relativeringsvermogen spiegelen: gekant tegen uitersten en weloverwogen in zijn oordeel over anderen. De Rhein-Ems Zeitung van 8 maart 1967 plaatste een necrologie:

 

Dieser Mann, der immer bescheiden auftrat, verstand es, seine ganze Energie, sein umfangreiches Fachwissen und seine reiche Erfahrung in die Waagschale zu werfen, wenn es darum ging, die Beziehungen zwischen seinem Heimatland und der Bundesrepublik, insbesondere Ostfriesland, zu verbessern und ein freundnachbarliches Verhältnis zwischen den Menschen zu beiden Seiten des Dollarts zu schaffen. Dafür gebührt ihm Dank und Anerkennung.

 

Voor zijn dood schonk hij het grootste deel van zijn vermogen aan de door hem in 1961 opgerichte Steenbergen Stichting, ter nagedachtenis van zijn broer Hermann. De stichting richt zich momenteel op het ondersteunen van activiteiten ter bescherming van het milieu, de instandhouding van het Nederlands erfdeel en verbetering van begrip voor de derde wereld. Ook dit is een deel van zijn nalatenschap.

BRONVERMELDING

Eiselt, G., Exakta. Glanz und Elend einer legendären Kamera (film/video).
Dresden, Eiselt Film, 1997.

 

Hummel, R., Spiegelreflexkameras aus Dresden. Geschichte-Technik-Fakten.
Leipzig, Edition Reintzsch, 1995.
ISBN 3-930846-01-2

 

Steenbergen, H.D., Bestrijding van bedriegerij en knoeierij met koopwaren in Nederland.
Alphen aan den Rijn, Samson N.V., 1940.

 

Wichmann, K., EXA Die preiswerte Kleinbildreflex.
Eine historische Kameraserie wird vorgestellt.
Stuttgart, Lindemanns Verlag, 1993.
ISBN 3-89506-106-9

 

Wichmann, K., Exakta, von der Kine-Exakta bis zu Elbaflex
Stuttgart, Lindemanns Verlag, 1995.
ISBN 3-89506-129-8

Johan Steenbergen
(Industrieel & diplomaat)
Meppel 1886 - Osnabrück 1967
 
Dresden, 1921
Op de fiets naar werk
Karl Nüchterlein, ontwerper
Kolonel Steenbergen
Consul Steenbergen in 1956
Johan Steenbergen kort voor zijn overlijden